Donderdag, onze laatste halve dag Orval. We keren terug naar de realiteit, niet dat ze hier niet was, maar ze was even 'on hold'.
Het opstaan deze morgen vroeg deed pijn, iets meer dan gisteren. De gewenning zeker? Een verkwikkende spat koud water in het gezicht en we kunnen naar de vigilie. Tot mijn verbazing stormen de jongeren als een bende wilde bizons de basiliek binnen, maar houden het wel stil. Een van de monniken sukkelt voorzichtig in slaap wat hem een licht misprijzende blik oplevert van de broeder naast hem, doch wekken doet hij hem niet. Van zodra het gezang begint, zingt hij weer mee. Een hazenslaapje wellicht. De dagen van de monniken zijn lang, en in tegenstelling tot ons, kruipen zij na de dienst niet terug in de warmte hun cel. Hun dagtaak begint.
Als ik terug op de kamer kom, schreeuwt mijn bed het uit....''waarom heb je me verlaten?'' Om het te troosten leg ik me neer en geef me nog voor een uurtje over aan Morpheus.
Mijn wekker (lees iPad mini) maakt me zoetjes wakker om zeven uur, ik heb zin om het ding tegen de muur te gooien, maar doe het toch niet.
We gaan voor de laatste maal naar de lauden. Ik loop opnieuw door de gaanderij, met een gevoel dat ik het wel eens zou kunnen missen. Het ritme hier bevalt me wel, maar dat zal zijn omdat ik retraitant ben. Een monniken leven? Ik weet het nog zo niet. Een ding staat vast, dit wil ik zeker nog eens overdoen.
Veel volk op het ontbijt, en veel nieuwe gezichten, mensen komen van ver om hier rust te vinden. Zelfs vanuit Japan, uit een kleine stad naast Kyoto. De juffrouw komt volgende week een dagje naar Brugge. We geven haar wat raad mee, do's en donts'. Ze is dankbaar voor onze hulp.
Mijn bewondering gaat uit naar Ann, die hier vijf dagen op zeven verblijft als vrijwilligster. Ze bemand de receptie, springt bij als er veel afwas is en helpt mee met de maaltijden te verdelen. Ze is gehuwd, en in het weekend gaat ze naar huis, maar ook daar werkt ze dagelijks anderhalf uur voor de abdij.. Ze kan inloggen op de mails van de abdij van bij haar thuis en beantwoordt die. Ann werkt reeds zes jaar voor de abdij, ze is vriendelijk maar kordaat, en ze glimlacht altijd.
Na het ontbijt ruimen we de kamer op. We moeten zelf instaan voor het onderhoud van de kamer. Geen housekeeping die je kamer komt poetsen. Alle benodigdheden vinden zich in de kast in de gang.
We leveren onze sleutel in bij Ann, we danken haar, en krijgen een brede glimlach met de verwachting om nog eens terug te keren. In de gaanderij komen we nog broeder Yves tegen, die ons even tegenhoud, ons een behouden reis wenst en ons ook uitnodigt om terug te komen, als het weer beter is.
Dit was het dan, een reis naar een stil oord, waar kalmte heerst en sereniteit belangrijk is. Dit zou niet mogelijk zijn geweest door de medewerking van twee fantastische mensen. Mijn liefhebbende echtgenoot en pietekootje Martin, die me de ruime heeft gegeven om dit te kunnen doen enerzijds.
Anderzijds de geweldige compagnie van Peter, die me steunde, spiegel was en uitlaatklepje. Bedankt
Dit was het dan, een reis naar een stil oord, waar kalmte heerst en sereniteit belangrijk is. Dit zou niet mogelijk zijn geweest door de medewerking van twee fantastische mensen. Mijn liefhebbende echtgenoot en pietekootje Martin, die me de ruime heeft gegeven om dit te kunnen doen enerzijds.
Anderzijds de geweldige compagnie van Peter, die me steunde, spiegel was en uitlaatklepje. Bedankt
Reacties
Een reactie posten