Orval 2014

Maandag 3 november 

Deze morgen is Peter me heel vroeg komen ophalen om samen terug deze reis naar ons zelf te ondernemen. Ik ben dankbaar dat ik terug de kans krijg om hier een paar dagen te verblijven in een oase van rust, stilte en introspectie. Het zou niet mogelijk zijn zonder mijn echtgenoot Martin die me de vrijheid geeft om dit te doen. Bedankt pietekootje, ik hou oprecht van jou. 

Na een zorgeloze rit waarbij we een groot deel van België doorkruisten verscheen plots om de hoek de kerktoren van de abdij. Het voelde meteen goed aan, het voelde vertrouwd aan, net alsof je thuiskomt of op een plaats komt waar je weet dat je welkom bent.   Net te laat voor de middag dienst en te vroeg voor het middagmaal nemen we even plaats in de zaal voor de refter.

Doorheen het brandglas zie ik dat er maar weinig retraitanten zijn.  Uitnodigend staan de flesjes Orval met laag alcohol percentage als soldaatjes in een rij te wachten tot ze ontkroont en genuttigd worden.  

Broeder Bernard-Joseph komt langs, kijkt ons aan en groet ons met een vage blik van herkenning en zegt dan 'ach, de Bruggelingen' ; glimlachend nodigt hij ons uit om aan tafel te komen.   Broeder Yves opent het gebed, terwijl een keukenhulp de soep op tafel zet.
Ze ruikt lekker (de soep, aan de keukenhulp heb ik niet geroken) en is net warm genoeg om net niet lauw te zijn. Met een dikke boterham abdijbrood....smaakt altijd. 
Het hoofdgerecht lijkt een nieuwe creatie te zijn van een plat koninginnenhapje van nauwelijks twee centimeter dik. Elk taartje wordt gevierendeeld en ieder krijgt zijn part.  Daarbij komt een koude salade van gebroken prinsessen boontjes, met komkommer. Een eerder vreemde combinatie, maar eerlijk is eerlijk met de vinaigrette is het lekker. Mijn plat videetje kan  me echt  niet bekoren en ben al blij dat ik maar één blokje kip ontwaar in een slagveld van champignons.

Peter slaagt erin om van zijn glaasje een Orvalfonteintje te maken. Het dessert is een avontuur op zichzelf. In een alu schaaltje ligt op een schijf ananas een laag vanille pudding of iets wat er voor moet doorgaan. Slecht is het niet, maar een ster zullen ze er bij de traiteur ook niet voor krijgen.

Tijd voor de rust. Peter neemt me terug onder zijn vaardige handen en algauw dommel ik terug in gedurende de reiki sessie die me te beurt valt. Twintig voor vijf ontwaak ik uit dromenland en maak me snel klaar om nog een kopje koffie te gaan halen. Op exact hetzelfde moment gaat bij Peter de deur open met net dezelfde intentie.

We reppen ons naar de basiliek voor de vespers en zijn beiden benieuwd naar het aantal broeders. Tussen de gezichten die we herkennen van vorig jaar zitten ook een paar nieuwe. Ook drie jongeren die gedurende een tijdje proeven van het monastieke leven.  

Ook al lijkt de tijd hier traag te gaan, het is alweer tijd om te tafelen. Op tafel een stapel brood met de kaas van de abdij. Ook op tafel een pasta schotel en een salade met daarop niet definieerbare bollen. Ze ruiken sterk naar curry en ik hab een donkerblauw vermoeden dat het kip is, maar voor hetzelfde geld is het varkensvlees.  De pasta is heerlijk, het brood en de kaas ook, de bollen zijn een ander verhaal. Als broeder Bernard-Joseph voor een tweede keer langs komt bedank ik vriendelijk. Ook nu maakt Peter terug een orvalfonteintje terwijl ik worstel met hardnekkig schuim.

We helpen weer mee let de afwas, en zijn na vijf minuten klaar , weinig volk snel afgewassen.

Tot tranen toe bewogen was ik van de dienst van de dagafsluiting. Het Salve Regina dat in de kompleet donkere kerk wordt gezongen roerde me heel erg en deed me even stilstaan bij mijn zus. Ze zou het prachtig gevonden hebben en ik wou dat ze hier was om dit samen met haar te delen. Ik had daarbij ook nog een paar gedachten voor T, die een gevecht levert tegen een quasi onzichtbare vijand en ik hoop dat de energie van hier naar haar komt en ze zo kracht kan putten in haar strijd.







Reacties

Een reactie posten