Till Sverige med husbilen dag 10

 Dear gentle reader,

De vakantie begint zich stilaan meester te maken van onze gewoontes, en voor we goed en wel beseffen is het na zeven uur eer we samen wakker worden. Het heeft deze nacht ook nog flink geregend maar het hield ons niet wakker. 

Toch wat stram van het vele wandelen gisteren worstel ik mezelf uit bed, en doe een eerste wandelingetje met Mathilde, die zo te zien ook wat stijfjes is. De schat met de korte pootjes wandelde gisteren zonder tegenpruttelen overal mee. 

Martin is ondertussen de temperatuur van het water gaan checken in de douche. Hij klaagt al twee dagen dat zijn haar te lang is, maar vergeet telkens de tondeuse mee te nemen. Omdat hij er toch niet zou uitzien als een overjaarse hippie, scheer ik even de nekharen uit. Uiterst voorzichtig ga ik over de muggenbeten zodat ik ze niet opentrek. 

Het is nauwelijks acht uur en de Duitsers die naast ons staan vertrekken gepakt en gezakt richting ingang camping. Ze kwamen gisteren avond toe. Even voor de duidelijkheid, er zijn twee koppels, elk met hun camper samen toegekomen. Het zijn zo te zien vrienden van elkaar. Groot was hun teleurstelling dat ze geen plaats naast elkaar hadden, en dat wij met onze camper eigenlijk net in het midden stonden. We zagen ze even overleggen ze zouden komen vragen of we geen zin hadden om ons te verplaatsen. Met de beste wil van de wereld, niet om tegendraads te zijn, maar ik zou me niet verplaatst hebben. Om het met de woorden van de Franse generaal Mac Mahon te zeggen tijdens de strijd om de nederzetting van Malakoff : “j’y suis, j’y reste” (ik ben er, ik blijf er) slag bij Sébastopol op 7 september 1855

Bron : https://fr.wikipedia.org/wiki/J%27y_suis,_j%27y_reste_(citation)

Ze geven voor vandaag mooi weer uit, en dus beslissen we zonder jas de stad in te trekken, Martin voorziende als immer neemt voor de zekerheid toch maar de paraplu mee.  In het rugzakje zit ook nog wat extra water voor Mathilde en haar rugzak mocht ze te moe worden  

We nemen terug de bus aan Flatenbadet, stappen over op Gullmarsplan en met de tunneltrein, rijden we in de buik van Stockholm tot aan T-Centralen.  Gisteren vergeten van naar het infopunt van toerisme te gaan   We lopen dus even het centraal station binnen om een plannetje van de stad.

Het begint ferm warm te worden, zwoel zelfs, Mathilde ziet het allemaal niet meer zo zitten en vlijt zich op de koele straatstenen neer, geen zin om nog verder te wandelen. We beslissen om de rugzak uit te halen, en voor ik het goed en wel besef weeg ik 12,2 kg meer.


We starten onze wandeling en lopen naar het stadhuis van Stockholm, met een enige binnenkoer waar verschillende terrassen zijn. Tijd om wat kiekjes te maken, met het plan in onze rugzak, lopen we terug richting het centrum, althans, dat is de bedoeling.  Ergens nemen we een verkeerde straat en voor we het goed en wel beseffen doen we een ganse toer rond het eiland, waarbij we langs de vele grote werven lopen die Stockholm up to date houden. Zo lopen we langs de kade waar de cruise schepen aanmeren en zien er een prachtige driemaster liggen met een meer dan luxueuze uitstraling. Wat moet het fijn zijn om daar mee over de oceanen te zeilen, gejaagd door de wind.

We houden even halt, want Mathilde begint echt wel door te wegen, mijn rug is drijfnat, en mijn oksels zijn dankbaar dat de striemende riemen eindelijk verwijderd worden. We stoppen bij het fotomuseum en vinden een plaatsje op een uniek terras, zicht op het pretpark aan de overkant van de baai.  



Alhoewel het redelijk ver is kan je als de wind meezit de mensen horen schreeuwen vanop de roetsjbanen, de lokale Daltonterror. Er staat zelfs een behoorlijk hoge toren waar een zwiermolen aan vasthaakt. De surfers worden metershoog de hoogte in gestuwd en draaien dan enkele rondjes vooraleer ze weer naar beneden komen. Het moet een fantastische ervaring zijn, en het zicht over deze metropool is wellicht schitterend.

Op het terras bestellen we twee lokale biertjes, voor de ronde prijs van 9€ stuk.  Mathilde krijgt spontaan een bakje water aangeboden, maar ze ligt vooral te puffen en uit te blazen op de grond.  Voor haar mag het hier en nu stoppen.  We lopen verder door naar de stad, maar het gaat steil bergop en ik merk dat pietekootje het lastig krijgt in zijn rug.  We komen voorbij een ica en slaan wat brood, een komkommer en twee kaneelbollen in.  

Een dikke 500 meter vinden we recht voor de stadsbibliotheek een terras waar het leuk vertoeven lijkt. We vragen toestemming om met Mathilde het terras te betreden. De juffrouw moet het eerst even binnen vragen maar steekt dankbaar duim omhoog. 

We installeren ons aan een tafel en wachten, wachten, wachten.  Ik kik om en vraag of we de kaart kunnen zien  de barman doet teken dat die op de bar ligt en dat ik ze maar zelf moet nemen.  Tis niet dat het terras vol zit… ik loop dus om de kaart.  Martin kiest voor fish & chips en ik voor een Cesarsalad. Tis te zeggen, ik loop naar de bar, geef de bestelling door, reken direct af en krijg een plakkaat mee met nummer 48.

Ik ga van de veronderstelling uit dat ik ook maar best zelf zorg voor bestek en servieten. Goed gedacht, want achter de bar moven ze niet. Enige tijd later komen de gerechten op tafel, gebracht door de kok hemzelf. We zijn halverwege ons gerecht als het plots heel snel donker wordt, en de hemelsluizen in één ruk worden open gezet.

waterval in het midden van de foto 

 Voor we het goed en wel beseffen komt er een kleine zondvloed op ons af. Gelukkig zitten we onder een groot zeil en van hieruit kunnen we de passanten zien die plots heel wat 

versnellingen hoger stappen of lopen, zichzelf beschermend met wat ze maar kunnen vinden. Twee teenagers trekken hun shirtjes uit en lopen zo in bloot bovenlijf verder. Anderen wandelen gewoon verder alsof het niets is en je ziet het water van hen druipen. Water zal altijd een weg vinden en het dak van het terras laat het overtollige water aan de voorkant watervalsgewijs naar beneden storten. We heffen Mathilde van de grond, want het plein lig wat schuin en het water begint ook over het terras te lopen. Na een half uurtje is het ergste voorbij, en dankzij Martins paraplu raken we droog bij het dichtst bijzijnde metrostation.  Ondertussen neemt de regen weer in hevigheid toe. Het heeft geen zin om nog verder in de stad te blijven rondlopen, en we beslissen om terug te keren naar de camping. Als bij toeval zitten we direct op de juiste lijn naar Gullmarsplan en hoeven we maar drie haltes ver. Even wachten op de bus en twintig min later zijn we bijna aan de camping.

Mathilde springt op de zetel van zodra de deur open is, en ligt twee tellen later al in dromenland. We besluiten ook wat te rusten en met ons drieën knorren we samen een half uurtje. Tijd om met de stofzuiger eens door de camper te gaan, wat ik graag doe.

Het is gelukkig alweer Gin o’clock en tijd voor een potje regenwormen waarbij we elk om beurt winnen. Martin start aan het avondmaal, hamburgers, met slaatje terwijl ik aan de blog begin.

Wie kan de filmtitel vinden in de blog van vandaag?

Wachten op bus 816




Matilde heeft het gehad 




Lastig om op te lopen die keikoppen





Groetjes van ons twee 


Reacties

  1. Gone with the wind 🥰

    BeantwoordenVerwijderen
  2. Mooi, altijd leuk om te lezen 🥰

    BeantwoordenVerwijderen
  3. gejaagd door de wind.🤗🙋‍♀️Carine H.

    BeantwoordenVerwijderen
  4. Jullie mogen de regen naar hier blazen. Jammer dat de Zweden niet zo hond vriendelijk zijn . Maar toch een onvergetelijke reis die jullie maken ! P & C

    BeantwoordenVerwijderen
  5. Dancing in the Rain 😃

    BeantwoordenVerwijderen
  6. Jammer van de regen ,maar na regen komt altijd zonneschijn .iedere avond zien we er naar uit om te lezen .tis boeiend om te zien .geniet er maar van

    BeantwoordenVerwijderen
  7. Some like it hot 😜😜 martini o clock

    BeantwoordenVerwijderen

Een reactie posten